Dirigent Stephan Pas 1Onze dirigent

Stephan Pas studeerde klarinet en orkestdirectie aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. 
Hij vervolgde zijn studies aan de Musikhochschule Trossingen en volgde masterclasses bij
Hans Graf (Mozarteum Salzburg), Yuiji Yuasa (Musikhochschule Wien) en Jorma Panula.
Stephan dirigeert in binnen- en buitenland en zijn repertoire reikt van de barok tot hedendaagse composities.

Hij is oprichter en dirigent van het “Alban Berg Ensemble”, waarmee hij eigentijdse
muziek uitvoert en waarvoor hij ook bewerkingen maakt. Daarbij gaat zijn speciale interesse uit
naar de componisten van de Tweede Weense School. Hij nam twee cd’s op met “Cobla La Principal d’Amsterdam” en dirigeerde en produceerde een cd met liederen van Anna Cramer.
Stephan is een warm voorvechter en pleitbezorger van eigentijds Nederlands repertoire.
Daarnaast dirigeerde hij de Nederlandse premières van het dubbelconcert voor viool, hoorn en
orkest van Ethel Smyth en van het complete ballet “Le Festin d’Araignée” van Roussel. 

 

 

 

 

 

 

 

Dirigent Staphan Pas 2“Dirigeren is de kunst van het luisteren”

Dirigeren heeft alles te maken met je bezieling, met de manier waarop je de muziek beleeft en voelt. 
Een uitvoering van muziek heeft warmte, leven en kracht nodig en het is je eigen energie,
persoonlijkheid en intensiteit waarmee je dat bereikt. Alleen dan komt het karakter en de intentie
van het muziekwerk naar buiten. Een dirigent kan en mag niet alleen maar ‘de maat slaan’, het is
vooral de muziek die moet worden vormgegeven. Hij heeft daarbij steeds een ‘idee’ nodig, ook al is
dat niet direct uit de muziek voorhanden. Hij neemt dus het muziekstuk zelf als uitgangspunt en
luistert ernaar als een uniek organisme, hoe het zich voor hem ontvouwt, gebeurt welhaast vanzelf.

Natuurlijk is een zo getrouw mogelijke weergave van de partituur een voorwaarde voor elke serieuze uitvoering, maar geen enkele aanwijzing van de componist heeft betekenis als de dirigent niet de
geest van de compositie tot uitdrukking laat komen. De aanwijzingen van de componist behoeden
de dirigent slechts voor grote fouten, echter de betekenis van de muziek kan hij er niet aan ontlenen.

Sterker nog: ‘Ze vooronderstellen de kennis van de betekenis van het stuk; als je het muziekstuk
steeds opnieuw onderzoekt, wordt de klank die je krijgt vanzelf een uitdrukking van de essentie van
die compositie’. Dit is bij uitstek bepalend voor het slagen van een uitvoering. De muzikaliteit staat daarbij voorop en de techniek is het voertuig.  Een uitvoering is pas echt authentiek als de dirigent
erin slaagt de compositie in zijn grote samenhang, en de aan de compositie ten grondslag liggende bezieling, met zijn gevoel te begrijpen en weer te geven.